De Werelden van Jan Toorop, verteld door mevrouw Desirée Koninkx,kunsthistorica verbonden aan het Singer museum Laren in het Atelier van de Kunstkring Woerden op 31 maart 2026.
Namens de Kunstkring Woerden en de Vrienden van het Stadsmuseum Woerden heet gastheer Aart Sliedrecht de aanwezigen van harte welkom om vervolgens het woord te geven aan mevrouw Koninkx van het Singer museum.
Zij wijst erop dat in tegenstelling tot een tentoonstelling van tien jaar geleden in het Stedelijk Museum van Den Haag de expositie in Laren meer aandacht heeft voor de Indische wortels van Toorop, met name in de eerste zaal van de tentoonstelling.
Jan Toorop is door de grote hoeveelheid stijlen die hij in de loop van zijn leven (1855-1928) hanteerde overigens niet gemakkelijk te karakteriseren.
Mevrouw Koninkx neemt ons vervolgens mee op een boeiende reis langs de verschillende periodes uit het leven van de schilder Jan Toorop met als illustraties een groot aantal van zijn werken die momenteel in het Singer worden tentoongesteld.
Zij wijst erop dat in tegenstelling tot een tentoonstelling van tien jaar geleden in het Stedelijk Museum van Den Haag de expositie in Laren meer aandacht heeft voor de Indische wortels van Toorop, met name in de eerste zaal van de tentoonstelling.
Jan Toorop is door de grote hoeveelheid stijlen die hij in de loop van zijn leven (1855-1928) hanteerde overigens niet gemakkelijk te karakteriseren.
(1855-1882)
Toorops’ wieg stond in Nederlands Indië en zijn ouders hadden een gemengde afkomst (Britse, Chinese, Javaanse, Nederlandse en zelfs Noorse genen). Jan onderging veel invloeden en groeide op in Batavia, zij het in een Westers keurslijf. Hij was veelzijdig, sprak verschillende talen, speelde piano en viool. Op elfjarig leeftijd vertrekt hij naar Nederland en begint aan zijn opleiding, bedoeld om uiteindelijk zoals zijn vader en grootvader in koloniale dienst te treden. Maar het verloopt anders: hij heeft duidelijk talent voor de schilderkunst zoals ook blijkt uit een vroeg zelfportret in aquarel.
Jan gaat studeren aan de Rijksacademie voor beeldende kunsten en volgt daar het pad van de beroemde Indische schilder Raden Saleh. Evenals Saleh zal Toorop leven tussen twee werelden tussen Oost en West.
Op de academie studeert hij samen met onder meer Jan Veth en Willem Witsen. Doordat hij door zijn donker uiterlijk wordt gediscrimineerd, besluit hij in 1883 te vertrekken naar Brussel. Hij verdiept zich en gaat onder meer Max Havelaar lezen. In Brussel komt hij in contact met het Belgische avantgardistische schilders milieu.
Inmiddels heeft hij al veel werk gemaakt en kan hij van opdrachten leven, zoals van illustraties bij boeken, ontwerpen voor boekomslagen (onder meer voor Louis Couperus), reclame, zoals voor de Delftse sla olie. In die sierlijke reclame vol lange lijnen met elementen van Wajongpoppen vallen Art Nouveau/Jugendstil elementen op (ook wel de slaolie stijl genoemd). Hij werkt mee aan de beurs van Berlage waarvoor hij tegeltableaus ontwerpt, maakt ramen voor de nieuwe Sint Bavo kathedraal in Haarlem en ontwerpt affiches voor toneel.
In Brussel (1882-1885) heeft hij veel contact met William Degouve de Nuncques en maakt hij reizen naar onder meer Parijs. In 1885 wordt hij opgenomen in de groep Les Vingt en neemt deel aan tentoonstellingen met grote namen, zoals James Ensor, Fernand Khnopff, Gauguin, Monet en Theo van Rijsselberghe.
In Brussel maakt hij kennis met de Britse Annie Hall, met wie hij zal trouwen en van wie hij prachtige portretten maakt, onder meer het zonovergoten Drie zusjes in de tuin (trio fleuri) en een portret in olieverf met het palet mes een beetje à la Whistler (het Stedelijk Museum van Amsterdam).
Zij is ook de moeder van Charley Toorop, de latere beroemde Bergense schilder.
In de jaren 1885-1990 zoekt Jan Toorop naar een een meer eigen stijl. Hij organiseert met Jo Bongers (de vrouw van Vincent) een tentoonstelling over het werk van van Gogh.
Jan krijgt gezondheidsproblemen ten gevolge van een geslachtsziekte. Hij waagt zich vervolgens aan het pointillisme met een doeken over een staking en over Ellende in Londen. Daarna wordt zijn werk plotseling waziger als uitdrukking van een melancholische gemoedsstemming. In de jaren 1890- 1892 ontmoet hij de Franse dichter Paul Verlaine en maakt van hem een portrettekening.
In die periode begint hij een geheel andere stijl die van het symbolisme. Deze stijl bouwt deels voort op zijn Art Nouveau periode; je vindt er dezelfde lange sierlijke lijnen. De Sfinx is daarvan een goed voorbeeld. Het zijn doeken vol symboliek met een overdaad aan beelden en betekenissen.
In de periode van 1905 tot 1928 verblijft Jan Toorop in de zomer vaak in Domburg (in zijn rolstoelwagentje). Hij schildert daar landschappen en portretten in een forsere stijl, soms verwant aan het fauvisme. Hij is daar samen met onder meer Piet Mondriaan en Ferdinand Hart Nibbrig.
In 1905 laat hij zich katholiek dopen. In die jaren krijgt Jan Toorop in Nijmegen contact met de dichteres Miek Jansen, die een belangrijke rol in zijn leven gaat spelen. Zij staat ook model voor enkele figuren in de kruiswegstaties die hij maakt voor een kerk in Oosterbeek. Ze gaan samen naar Lourdes op pelgrimstocht. De Pelgrim (op weg naar de hemel) en een zelfportret (biddend) zijn voorbeelden van symbolistisch werk uit die periode.
Tenslotte toont mevrouw Koninkx een prachtig portret van Toorop door Leo Gestel en een doek van Charley Toorop met daarop drie generaties Toorop schilders: Jan, dochter Charley en diens zoon Edgar Fernhout.
De aanwezigen krijgen tenslotte nog de kans vragen te stellen. Die gaan met name over het feit dat het moeilijk is een bepaalde eigen stijl toe te wijzen aan Toorop, gezien zijn zeer verschillende stijlperiodes. Maar dat is ook kenmerkend voor onze eigen grote schilder Leo Gestel.
Daarmee werd een prachtige avond, waarin we konden vertoeven in de magische werelden Jan Toorop besloten. Met dank aan de organiserende Kunstkring Woerden.
Frans Lander, secretaris