Het was een unieke middag: 11 vrienden van het Stadsmuseum togen naar het museum met één van hun favoriete kunstwerken in eigen bezit om daar iets over te vertellen.
Nadat onze voorzitter Dick Launspach de vrienden welkom had geheten en kon melden dat zich vier nieuwe vrienden hadden aangemeld, bracht Inge Nederpelt namens het bestuur van het Stadsmuseum, ons op de hoogte van de nieuwste ontwikkelingen. In de eerste plaats wees zij erop dat de nieuwe aanwinst van werk van Leo Gestel dankzij de verkoop van zijn werk uit de collectie van Gerti Bierenbroodspot, nu is tentoongesteld in de Gestelkamer. Verder bracht ze huidige tentoonstelling Bloed, zweet en tranen, over de wereld van de zakdoek, onder de aandacht. De eerstvolgende tentoonstelling zal als onderwerp Hedendaagse botanische tuinen hebben gezien door de ogen van moderne kunstenaars.
Tot grote teleurstelling van het museum is de optie voor een nieuw beoogd depot komen te vervallen en moet naarstig naar een nieuwe locatie worden gezocht.
Vervolgens nodigde Aart Sliedrecht Inge Nederpelt uit om als eerste een toelichting te geven bij het favoriete kunstwerk dat zij had meegenomen. Na Inge volgden nog 10 andere sprekers die allen een boeiend verhaal hielden bij het meegenomen kunstwerk. Omwille van de privacy en veiligheid van de relatief kostbare kunstwerken worden ze hier in willekeurige beschreven zonder de eigenaars te noemen. Bij elk kunstwerk gaven Karin van den Beek (kunsthistoricus) en Frans Lander kunstzinnig commentaar.
Ido maakte weinig reizen, want hij wou nooit vliegen. Naar Ierland met de boot lukte wel en daar maakte hij dit warme bijna abstracte schilderij met zijn diepte en strakke horizontale lijnen. Ido werd zeer geïnspireerd door Nicolaas de Staël, een Frans-Russische schilder uit de Ecole de Paris, die zoals Ido nooit helemaal abstract werkte: altijd is het uitgangspunt te herkennen, zoals hier het landschap. Ido probeerde door dingen weg te laten, de essentie van het landschap in kleuren te vangen in een spirituele zoektocht.
Dit merkwaardige glaswerk uit 2002 is van de glaskunstenaar Bernard Heesen die zijn eigen werkplaats heeft in Oude Horn. De kopers waren beiden onmiddellijk enthousiast toen ze dit geraffineerde kleurrijke glaswerk ontdekten in het museum van Leerdam. Het werk getuigt van groot vakmanschap, waarbij tijdens de productie ook grote fysieke inspanning wordt gevergd. Zowel de kleuren als de ongewone vormen van dit werk zijn overtuigend. De kunstenaar spreekt zelf van encyclopedische gedrochten, omdat hij uit encyclopedieën zijn inspiratie haalt. Het werk heeft iets verbazingwekkends door zijn absurde vormen; het is ongewone, bijna neogotische kunst met heerlijk brutale lef.
Dit is werk van papier. De kunstenaar heeft op minutieuze wijze kleine op maat gesneden vakjes van papier in primaire kleuren gemaakt, waarbij door de reflectie pastelkleuren ontstaan. Het is buitengewoon knap gemaakt in een abstract constructivistische stijl, het doet door zijn verstilling bijna meditatief aan. Het is een soort werk dat je weinig tegenkomt. Het is afstandelijk met een uitermate boeiend ritme.
Jan Toorop, geboren op Java, was een heel belangrijke schilder voor de Nederlandse avant garde in zijn tijd. Typerend voor zijn werk zijn het symbolisme en de verfijnde lijnvoering die doet denken aan de Javaanse danseressen met hun lange vingers. Hij besloot in 1922 (in Nederland) schilder te worden, werd lid van de modernistische Vlaamse schildersgroep les Vingts (20) in Brussel en ontmoette daar Theo van Rijsselberghe en James Ensor. De groep had zijn eigen expositieruimte omdat ze elders werden geweigerd. Toorop ontwikkelt later zijn typische Jugendstil ook wel Slaolie stijl genoemd in affiches, boekontwerpen e.d. In 1905 wordt hij katholiek evenals zijn beroemde dochter Charley die hier is afgebeeld tijdens haar eerste communie. Mooi is de tegenstelling tussen donker en licht; enigszins impressionistische toets neigend naar het luminisme.
Het tweede doek is een goed voorbeeld van Toorops’ symbolisme. In de laatste periode van zijn leven staat hij sterk onder de invloed van de katholieke Mieke Jansen. Toorop is een internationaal erkende Nederlandse kunstenaar. In het tweede doek zien we die prachtige, bijna Javaanse lijnen in de handen. Een schitterend doek vol mysterie.
Bij deze ets behoort een treurig verhaal want het is gemaakt naar aanleiding van het overlijden van een kind, dat verdronk in de rivier. De vader was tekenleraar op de koninklijke academie in Den Haag.
De voorstelling met zijn schedels en dode boom is verontrustend, hoewel er nieuwe bladeren groeien in het midden als hoop.
Het werk getuigt van groot vakmanschap want etsen is een ingewikkelde kunst.
De compositie is krachtig en de achtergrond buitengewoon goed gemaakt en verleent het werk zijn spanning. Het werk past in de traditie van etsen zoals bij Dürer en de onovertroffen Rembrandt. Moderne etsers zijn Escher en Jan Montyn.
Deze mooie sculptuur werd aangekocht bij een werk (een naakt) van Leo Gestel, in de veronderstelling dat het om één en hetzelfde model ging. Dat bleek achteraf niet zo te zijn. Het beeldje werd vaak tegelijk met het schilderij tentoongesteld.
Hilde Krop (1884-1970), opgeleid als banketbakker, was de stadsbeeldhouwer van Amsterdam. Hij maakte veel (veelal klein) beeldhouwwerk voor gebouwen en bruggen in Amsterdam vaak in samenwerking met de Amsterdamse school. Zijn werk kan worden gekenschetst als figuratief expressionisme met sterke klassieke elementen maar ook met een Jugenstil toets. Het is prachtig werk vaak ook in brons.
In dit werk van de onlangs overleden Woerdense kunstenaar Mieke Mars is sprake van een visioen dat zich openbaart in het licht als afspiegeling van de ziel en in die zin een ontmoeting is met het hiernamaals. Vaak is sprake van een schijndood, waarin men dit ervaart. In de christelijke traditie kent men een complete hiërarchie van engelen met aan de top de Serafijnen en Cherubijnen.
Het werk heeft een duidelijk spirituele sfeer met een opvallende sobere kleurstelling in een spannende compositie en dynamische lijnvoering, waarbij de engel enigszins uit het centrum is geplaatst. De engel is noch man noch vrouw.
Dit werk uit de collectie van Netty is van één van de bekendste hedendaagse Duitse figuratieve schilders. Hij maakt van gewone dingen iets bijzonders en maakt als het ware het onzichtbare zichtbaar. Hij geeft het gewone, zoals een pleister, een pistool een zekere glamour, hij tilt het op uit het alledaagse. Maar wat een fabelachtige techniek: we zien echt water hoewel hij de verkeerde kleuren (groen, geel , zwart) gebruikt. De zwemmer verdwijnt bijna in het water. We zien de beweging.
Volker heeft in zijn werk dikwijls ook bepaalde popart elementen.
Vreedenburgh behoort met Leo Gestel tot de belangrijkste Woerdense schilders.
Deze aquarel is onderdeel van een hele serie tekeningen en schilderijen van onze verzamelaar-vriend. Het is typerend voor de vlotte gemakkelijke stijl van Vreedenburgh . Cornelis wilde net als Gestel, zijn vriend en tijdgenoot, niet het schildersbedrijf van zijn vader overnemen maar koos voor de kunst en met veel succes. Hij werd aangekocht door grote musea, zoals het Rijksmuseum door koningin Wilhelmina en won vele prijzen ook in het buitenland.
Waar Gestel koos voor het vernieuwende experiment, bleef Cornelis schilderen in de stijl van de Haagse school, waarvan hij een van beste vertegenwoordigers is.
Maar hij beheerste het vak als geen ander, wat ook blijkt uit prachtige vrijer werk dat hij maakte tijdens zijn reizen in Noord Afrika. Hij maakte later ook schitterende havengezichten.
Bij een bezoek aan de galerie Morien ontdekte de eigenaar van dit schilderij van de Belgische schilder Walter Elst. Met haar dochter besluit ze het te kopen omdat het zo levensecht met de Chinese pot en aardbeien zo hyperrealistisch is geschilderd en haar deed denken aan de Chinese kommen die haar man verzamelde. Haar kleinkinderen hebben vaak de aardbeien van het doek geplukt.
Opgeleid tot arts koos Walter uiteindelijk toch voor het beroep van schilder. Hij schildert zeer zorgvuldig en verfijnd: stillevens, vogels en landschappen. Er is sprake van verstilling, het lijkt door de leegte, de kale achtergrond en het ontbreken van symboliek geenszins op de 17e eeuwse stillevens. Dit is heel eigentijds en zeer gewilde kunst.
Dit werk is van de Utrechtse naïeve schilder Jan Tinholt. Hij is volledig autodidact en zijn werk wordt verkocht in een galerie in Den Haag, waar het zeer goed wordt verkocht.
Hij wordt gekenmerkt door humor, verwondering, weemoed en heeft een zeer eigen persoonlijk handschrift. Jan maakt theaterdecors, landschappen, surrealistische taferelen die uit zijn onderbewuste opborrelen. Het zijn genrestukken in een merkwaardige zeer geordende wereld, waarin het bomen en struiken afbeeldt in volslagen gestileerde vormen en in tevens onwaarschijnlijke, kleurrijke landschappen; het is een gedroomde wereld in de traditie van de surrealistische naïeve schilders zoals Le Douanier en Grandma Mozes.
Het was een bijzondere afwisselende presentatie van zoveel verschillende prachtige kunstwerken elk met hun eigen verhaal.
Tijdens de gezellige nazit en drankjes, hoorde ik menige vriend zeggen: Voor herhaling vatbaar.
Met dank aan alle vrienden die hieraan spontaan hebben meegewerkt aan Karen van den Beek voor haar deskundige commentaar.
Frans Lander, secretaris