2 apr

IMPRESSIES VAN EEN LENTE-BIJEENKOMST VAN DE VRIENDEN VAN HET STADSMUSEUM WOERDEN OP ZONDAG 27 MAART IN HET KASTEEL VAN WOERDEN

Op zondag 27 maart togen een vijftigtal vrienden van het Stadsmuseum Woerden en associés van de Vroedschap Woerden anno 2018 naar de mooie ridderzaal boven in het kasteel van Woerden. Ze hebben de Corona perikelen achter zich gelaten en kunnen nu met een gerust gemoed deelnemen aan een bijzondere Vriendenmiddag.

Na de ontvangst van de gastvrouw, voorzitter Cobi Leenheer, heten haar co-voorzitter Dick Launspach en Jaap Breunesse, voorzitter van de Vroedschap, de aanwezigen welkom. Dick maakt melding van het constructieve overleg dat de Vrienden met het bestuur van het Stadsmuseum onlangs mochten voeren over de nauwe meer op het programma van het Stadsmuseum afgestemde toekomstige activiteiten van de Vrienden. Jaap Breunesse voert ons, mede naar aanleiding van het 650jarig bestaan van de stad Woerden, terug in de tijd en benadrukt de bijzondere historische plek waar we ons bevinden, de op de Ridderzaal in Den Haag gelijkende ridderzaal van het kasteel in 1410 gebouwd door hertog Jan van Beieren, heer van Woerden.

Vervolgens maken we kennis met de nieuwe voorzitter van het Stadsmuseum Volkert Batelaan, sinds 40 jaar Woerdenaar en werkzaam als interim manager.
Volkert brengt ons op de hoogte van het programma van het Stadsmuseum: na de Koeienexpositie, volgt van 21 mei tot 2 oktober de feestexpositie Woerden 650 jaar. Vanaf 8 oktober volgt de expositie Water in de kunst.

Geen vriendenmiddag zonder kunst, derhalve voert onze secretaris Frans Lander door middel van een powerpoint presentatie ons langs enkele van de mooiste werken van de Iconen van de Woerdense beeldende kunst.

Herman van Swanevelt (1603-1655) die vanuit Woerden naar Italië trekt, behoort tot de zogenaamde Italianisanten,  schilders die zich laten beïnvloeden door de grote Italiaanse meesters. Herman ontwikkelt zich tot een landschapsschilder, maar het zijn geheel andere landschappen als die van Nederlandse schilders van Ruysdael of Van Goyen. Hij schildert geïdealiseerde landschappen. Dat wil zeggen dat er geen sprake is van een realistische weergave maar van landschap dat  aan een bepaald schoonheidsideaal beantwoordt. Daarbij maakt Herman graag gebruik van een strijklicht wanneer de zon bijna onder gaat en het landschap een prachtige gloed verleent. Dit zacht gouden on-Hollands licht benadrukt de weemoedige lyrische sfeer en maakt zijn landschappen die grotendeels op fantasie berusten.

Zuidelijk landschap met reizigers op een weg (1648)

Leo Gestel (1881-1941)

Leo Gestel is nationaal verreweg de bekendste Woerdense schilder. In 1881 wordt hij geboren in een stadje met ongeveer een tiende van de huidige bevolking: 5000 inwoners.

Na zijn opleiding vestigt Leo zich in Amsterdam als vrij kunstenaar, waardoor een breuk met zijn vader ontstaat. In die periode ontvangt hij veel vrienden in zijn atelier aan de Jan Steenstraat in Amsterdam en maakt in die periode veel grappige tekeningen bezit. Op die zolder ontving hij veel vrienden, kunstenaars, musici. Daarvan rept Nescio in zijn Titaantjes als hij het heeft over De Boulevard Brique.

Hij trouwt in die periode met An Overtoom die vaak voor hem exposeert.

Na een studiereis met zijn vriend Jan Sluiters naar Parijs, verandert de stijl van Leo.  die tijd omarmt hij eerst het pointillisme en later het luminisme, hetgeen uitmondt in schitterende doeken zoals Herfst, een icoon in het Museum Kranenburg in Bergen NH. Dat is nu typerend voor Gestel, hij verandert als een kameleon steeds van stijl, maar op een of andere manier blijft een bij hem passende vorm van die stijl zoals in de prachtige kubistische landschappen uit Mallorca.

Na zijn vestiging in Bergen in 1916, overkomt hem een ramp: 300 tot 400 schilderijen gaan verloren door  de brand in 1929 in zijn atelier. Later zal hij zich in Bergen NH aansluiten bij de expressionistische Bergense school

In de Spakenburgse vrouwe  (rond 1930, Stadsmuseum Woerden)een krachtig werk, zie je duidelijk de invloed van zijn vrienden uit Vlaanderen. Hier is Van Gestel op zoek naar het grofstoffelijke oer-element in deze typisch Hollandse bevolkingsgroep. Gestel heeft verscheidene stillevens met bloemen geschilderd, hetgeen tot zijn beste werk mag worden gerekend.

Berglandschap (Mallorca) – (1914)

Cornelis Vreedenburgh 1880 – 1946)

Cornelis Vreedenburgh is een goed voorbeeld van de nabloei van de Haagse School.

Waar zijn jeugdvriend Leo Gestel zich ontwikkelt tot één van de vernieuwers van de Nederlandse schilderskunst, perfectioneert Vreedenburgh zijn stijl tot wat één van hoogtepunten van de nabloei van de Haagse school mag worden gerekend.  Amsterdam, de stad die hem blijft boeien door de schilderachtige grachten. Hij is een geslaagd kunstenaar die veel prijzen ontvangt onder meer in de Verenigde Staten. Ook Koningin Wilhemina koopt twee doeken van hem.

Ook ons Stadsmuseum bezit twee mooie werken van Vreedenburg: het Gezicht op de Petruskerk (1917) en Het Sluisje bij Woerdens Verlaat (1918)

Soms schildert hij intiemere taferelen, zoals het Interieur van een huis in Laren.

Zijn doeken zeer sfeerrijk en meesterlijk van compositie en kleur. Een heel begaafde schilder, daaraan kan niet worden getwijfeld. Hij is echter geen vernieuwer zoals Gestel, maar een getalenteerde traditionalist.

Jan Kriege (1884-1944)

Jan Kriege is een begaafde en gewaardeerde Woerdense kunstenaar, die een buitengewoon moeilijke techniek hanteert: drijfwerk waarbij edelmetaal in een bepaalde vorm wordt gehamerd.

Als jonge man werkt hij in de klompenmakerij van zijn vader. Als hij vijftien jaar is, sterft zijn vader en neemt Jan het bedrijf van zijn vader over. Maar hij is daar niet tevreden mee, hij wil edelsmid worden en gaat daarvoor in de leer bij de edelsmid Carel Begeer (1883-1956), van het bedrijf Van Kempen en Begeer, een befaamd edelmetalenbedrijf in Voorschoten. Daar leert Kriege veel technieken zoals tekenen, medailleren, ciseleren, kloppen, drijven en monteren.

In 1919 jaar vestigt Jan Kriege zich als edelsmid in Woerden. Hij maakt dan gebruiksvoorwerpen en sieraden. Hij is heel succesvol en krijgt verschillende tentoonstellingen onder meer in Rotterdam en het Stedelijk Museum in Amsterdam, maar ook in het buitenland. In Parijs wordt zijn werk meermalen bekroond.

Zijn werk wordt in de jaren twintig van de vorige eeuw verkocht via beroemde warenhuizen als Metz en Co. in Amsterdam. Kriege wordt een bekende kunstenaar die ook in het buitenland succes heeft.

Veel van zijn werk wordt helaas vernietigd tijdens het bombardement van Rotterdam in 1940, waar hij dan deelneemt aan een expositie in de Distel.

Jan Kriege werkt met tombak. Dat is een drijftechniek: het hol of bol ophameren van een plaat metaal. In dit geval is dat tombak, een samensmelting (legering) van koper en zink. Zinklegeringen worden al eeuwenlang gebruikt. Bij tombak wordt zink (15%) gecombineerd  met koper (85%). Het is een relatief goedkoop materiaal, dat gemakkelijk kan worden bewerkt.

Kriege is er een meester in en weet deze oude ambtelijke techniek te koppelen aan een geheel eigentijdse vormgeving. Zijn werk getuigt van groot vakmanschap, zoals de de 70 cm. hoge vaas uit het museum Bomans van Beuningen in Rotterdam.

De vaas heeft een moderne, maar tegelijkertijd natuurlijke uitstraling. De gehele vaas is uit één plaat gemaakt.  Het Stadsmuseum Woerden beschikt ook over zo’n vaas en over een fraai portret van dominee K.J.P. Keuning, een predikant uit uit Woerden.

Het is een bewijs van het grote vakmanschap van Jan Kriege, want hij hamert dit uit één grote plaat tombak.

 Jan is in de jaren tussen de twee wereldoorlogen een zeer succesvol kunstenaar.

In de tweede wereldoorlog weigert hij zich aan te sluiten bij de Kultuurkamer, waardoor hij over steeds steeds minder materiaal kan beschikken en daardoor nauwelijks kan werken. Daarom gaat hij vanaf 1940 lesgeven om in zijn levensonderhoud te kunnen  voorzien. Hij sterft in 1944.

Ido Vunderink (1935-2021)

Na zijn opleiding in Amsterdan werkt Ido in de jaren ‘50 en ‘60 van de vorige eeuw hij als textielontwerper, ontwerpt wandtapijten en bekwaamt zich vervolgens in het ontwerpen van glasapplicaties.

Sinds 1976 woont hij in een schitterende verbouwde boerderij aan de Meije in Zegveld. En dan pas besluit Ido zijn echte passie, tekenen en schilderen te volgen.  Hij krijgt veel opdrachten vooral voor portretten. Tal van tentoonstellingen volgen, zowel in eigen atelier als in musea en galeries. Zijn werk bevindt zich thans in allerlei vooral particuliere collecties zowel in Europese landen als in Amerika en Azië.

Zijn laatste grote opdracht is een groot doek over het Groene Hart in het nieuwe gemeentehuis van Woerden. Het is een fors doek waarin de groene kleuren van het Groene Hart overheersen. Het gemeentehuis is in juni 2019 geopend.

Zijn portretten zijn zeer overtuigend, zoals Regina uit 2004 en Het Overhemd  uit 1994. Ido is een kunstenaar die zich steeds weer vernieuwt. Aanvankelijk schildert hij in een realistische stijl. Zijn onderwerpen zijn dan vooral landschappen en stillevens met name van bloemen en portretten. Zijn schilderijen met zonsondergangen of een zonsopgang zijn verbijsterend mooi van kracht: een explosie van licht en kleuren.

Mede onder invloed van de Frans Russische schilder Nicolas De Staël (1914-1955) begint Ido steeds een meer sobere stijl te ontwikkelen, overbodige zaken weg te laten en te zoeken naar het wezenlijke der dingen. Helemaal abstract wordt hij echter nooit, je herkent bijna altijd het uitgangspunt, een landschap, een boeket of een persoon. Niets overbodigs in zijn doeken, altijd weer een uitgekiende, kernachtige compositie, een volmaakte eenheid van inhoud en vorm.

Daarbij is Ido ook een uitmuntend colorist. Bovendien heeft hij een uitgesproken gevoel voor ritme. De lijnen en vlakken in zijn doeken zijn in een strakke trefzekere orde gerangschikt. Soms dansen de lijnen over het doek soms zijn ze brutaal confronterend. Je zou zelfs kunnen spreken van een zekere muzikaliteit. Het is alsof je de filosoof Schopenhauer hoort zeggen:  Alle kunsten streven naar het wezen van de muziek.

Ido is en blijft een schilder van het Groene Hart; het Hollandse landschap was en is één van zijn belangrijkste inspiratiebronnen. Ido’s werk is niet alleen krachtig maar ook zeer veelzijdig. Wat hij wil is het onzichtbare verbeelden: de wereld weergeven in zijn meest sobere gedaante, ontdaan van alle franje, in al zijn eenvoudige onschuldige schoonheid.

Muzikaal intermezzo

Guan Han, een begaafde leerling uit de talentenklas van het Kunstencentrum het Klooster verrast ons met zijn gitaarmuziek die hij zelf inleidt. Hij speelt voor ons achtereenvolgens: Legend of the condor heroes (uit een tv-serie), Tears in Heaven van Eric Clapton, Lambada van Gozáles Hermosa, Simple Truth van Michael Langer en Mi Favorita, traditionial Argentinië.

Guan Han

Dit mooie, gevarieerde gitaarspel van een begenadigd musicus vormde een waardige  afsluiting van de geslaagde vriendenmiddag, waarna de genodigden zich konden laven aan hapjes, drankjes en geanimeerde gesprekken.

Uw dienstwillige secretaris, Frans Lander

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar top