17 mrt

In Rome met drie Bentvueghels – lezing 2 mei 2018

Herman van Swanevelt, Matthias Withoos en Caspar van Wittel.

Albert Boersma | Lezing in de Romeinenweek | 2 mei 2018

Veel Noord- en Zuid-Nederlandse kunstenaars trokken vanaf de 16e eeuw naar Italië om de daar aanwezige kunst en architectuur te bestuderen als afrondende fase van hun artistieke opleiding. In de meeste gevallen hadden zij als leerling het vak geleerd van een meester die het land ook had bezocht en hun de reis van harte kon aanbevelen.

Het voorbeeld van hun leermeesters volgend, trokken veel jonge kunstenaars naar steden als Venetië, Bologna, Ferrara en Florence om de Italiaanse kunst en architectuur in levenden lijve te kunnen bestuderen. De ultieme bestemming echter was uiteraard Rome. In Rome konden de Antieken en de Italiaanse meesters bestudeerd worden, er waren invloedrijke opdrachtgevers aanwezig en er was natuurlijk vertier. Zo hadden de Nederlanders hun eigen sociale vereniging in Rome, de Bentvueghels. Een soort kunstzinnige broederschap waarbij ook veel gedronken werd, zoals deze tekening laat zien. Bij toetreding kreeg ieder nieuw lid een eigen Bentnaam toegewezen, die een verwijzing vormde naar een opvallende eigenschap of karaktertrek van de kunstenaar in kwestie. Zo kreeg Herman van Swanevelt kreeg de bijnaam ‘Eremiet’, Matthias Withoos kreeg de bijnaam ’Calzetta Bianca’, de letterlijke vertaling van wit-hoos: wit sokje en  Caspar van Wittel kreeg de Bentnaam ‘De Toorts’.

Aan de hand van deze drie generatie 17e eeuw schilders neemt Albert Boersma u mee in deze lezing over hun werk en lidmaatschap van de Bentvueghels.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar top